BESTE LEDEN LOG IN A.U.B.

    Rasbeschrijving van de Engelse Pointer

    Deel
    avatar
    L.G.R
    Moderator
    Moderator

    Aantal berichten : 187
    Punten : 562
    Registratiedatum : 15-04-11
    Leeftijd : 37
    Woonplaats : Amsterdam

    Rasbeschrijving van de Engelse Pointer

    Bericht  L.G.R op ma 18 apr 2011, 02:36

    De Engelse Pointer behoort tot de Rasgroep "Staande Jachthonden, Spaniels en Retrievers"
    Geschiedenis van de Engelse Pointer

    De tot de elegantste, krachtigste, snelste van alle rassen van voorstaande honden, behoort ongetwijfeld de Pointer, een van oorsprong Spaans ras, dat in Engeland tot in de perfectie is gefokt. Het ras dankt zijn naam aan zowel de Spaanse betiteling voor Staande honden "Perro da Puenta" (honden die iets aanwijzen), als aan het Engelse "to point" dat ook aanwijzen betekent.

    Een specialist voor het staande werk. Bedoeld om veerwild voor te staan. Gebouwd om snel te kunnen galopperen en dit langere tijd vol te houden. Daardoor zijn ze in staat een bijzonder groot terrein af te zoeken. Altijd wit met donkere aftekening, wat hen op grote afstand nog goed zichtbaar maakt. De hoge kophouding en bouw van de neus zijn gericht op het opvangen van verwaaiing. De pointer wordt in ons land weinig gebruikt omdat de velden hier meestal te klein zijn.
    De Spaanse Pointer was een zware hond met een zogenaamde dubbele neus, die bij het aantrekken op het wild meer een kruipende dan een lopende gang vertoonde, gelijkend op de gang van een schildpad.
    De Engelse jager verlangde een snellere hond en de vanuit Spanje en Frankrijk geïmporteerde honden werden met de veel snellere en lichter gebouwde Foxhounds gekruist.
    Colonel Thorton was een van de eersten, die omstreeks 1750 deze "outcross" toepaste. Hieruit ontstond een stam van snelle, zeer betrouwbare Pointers met krachtige benen en zeer goede voeten. Vooral aan de krachtige voeten met stevige zoolballen hechtte men grote waarde, zelfs nog meer dan aan een sterke lendenpartij. Deskundigen in die dagen beweerden, dat jachthonden met goede voeten en wat zwakkere lendenen het beter volhielden dan hun collega's met sterke lendenen en minder goede voeten

    Het inkruisen met Foxhounds duurde tot ongeveer 1815. In een later stadium ging men over de op deze wijze verkregen stammen -die streng gescheiden waren -met elkaar te kruisen, met de bedoeling optimaal werkende honden te verkrijgen, die het veld snel en regelmatig afzochten met hoge neushouding en op de juiste wijze de haken sloegen, dat wil zeggen tegen de wind in. Over het algemeen werkten de honden in koppels en wanneer de ene hond een verwaaiing had opgenomen en roerloos bleef staan, wachtte de andere hond het verdere verloop rustig af.
    Tot de beroemdste honden in die periode behoorde Drake, een tamelijk grote, onopvallende hond, die in het jachtveld een geheel ander beeld vertoonde. Men beweerde dat hij met een snelheid van wel 50 mijlen per uur plotseling als uit marmer gehouwen stilstond in een wolk van stof en zand, wanneer hij verwaaiing opnam.De verschillende stammen vertoonden weinig eenheid in type. Dit ging veranderen met de komst van het tentoonstellingswezen. Merkwaardig genoeg waren de beide eerste tentoonstellingen, de een in Birmingham en de andere in Tervueren bij Brussel, uitgeschreven voor Pointers en Setters.
    Vooral de Pointers vertoonden veel verschillen in schofthoogte en men stelde derhalve klassen in voor grote en kleine honden. Wat de kruising met Foxhounds betreft, was men de mening toegedaan dat deze absoluut noodzakelijk was om een goede bouw met krachtige benen en botten en uithoudingsvermogen te garanderen.

    W. Arkwright, de bekende auteur van het standaardwerk over het ras "The Pointer and his predecessors" uit 1902, had een geheel andere opvatting over de Pointer en wilde van inkruising met Foxhonds aanvankelijk niets weten.
    In het noorden van Engeland ontdekte hij een oud ras van hoofdzakelijk zwarte, lichtgebouwde snelle honden, die gedurende een lange tijd door drie of vier generaties Pape uit Carlisle waren gefokt.
    Deze honden blonken uit op veldwedstrijden. De herkomst van deze stam, die verdacht werd van inkruising met Greyhounds,
    is onbekend.
    Overigens werd dit vermoeden door bepaalde fokkers ernstig betwijfeld omdat Greyhounds op het oog jagen en Pointers op de neus.
    In een later stadium heeft Arkwright ingekruist met een stam, die erom bekend stond dat er Foxhound-bloed was ingekruist. Met name de "lemon and whites" zouden ontstaan zijn door de combinatie van Pointer en een lemonbonte Foxhound.
    Ook de lengte van de haren van de gekleurde platen en vlekken die iets meer bedraagt dan die van de witte haren, zou op Foxhound-bloed wijzen, evenals de vorm van het hoofd, waarbij de markante vormen van het "dishfaced", de holle neusrug en de opgewipte neuspunt, waardoor een wat wrange expressie ontstaat, verdwijnen. Bij de wat kleinere Pointers op het continent, treffen we het "dishfaced" hoofd nog veel aan.

    Karakter van de Engelse Pointer

    Engelse pointers zijn rustige jachthonden,
    ze zijn erg lief voor kinderen en kunnen een tijdje alleen blijven.
    Rasstandaard van de Engelse Pointer

    English Pointer

    " Tot de elegantste, krachtigste, snelste van alle rassen van voorstaande honden, behoort ongetwijfeld de Pointer, een van oorsprong Spaans ras, dat in Engeland tot in de perfectie is gefokt. Het ras dankt zijn naam aan zowel de Spaanse betiteling voor Staande honden "Perro da Puenta" (honden die iets aanwijzen), als aan het Engelse "to point" dat ook aanwijzen betekent."
    Een specialist voor het staande werk. Bedoeld om veerwild voor te staan. Gebouwd om snel te kunnen galopperen en dit langere tijd vol te houden. Daardoor zijn ze in staat een bijzonder groot terrein af te zoeken. Altijd wit met donkere aftekening, wat hen op grote afstand nog goed zichtbaar maakt. De hoge kophouding en bouw van de neus zijn gericht op het opvangen van verwaaiing. De pointer wordt in ons land weinig gebruikt omdat de velden hier meestal te klein zijn.

    " De Spaanse Pointer was een zware hond met een zogenaamde dubbele neus, die bij het aantrekken op het wild meer een kruipende dan een lopende gang vertoonde, gelijkend op de gang van een schildpad.
    De Engelse jager verlangde een snellere hond en de vanuit Spanje en Frankrijk geïmporteerde honden werden met de veel snellere en lichter gebouwde Foxhounds gekruist.
    Colonel Thorton was een van de eersten, die omstreeks 1750 deze "outcross" toepaste. Hieruit ontstond een stam van snelle, zeer betrouwbare Pointers met krachtige benen en zeer goede voeten. Vooral aan de krachtige voeten met stevige zoolballen hechtte men grote waarde, zelfs nog meer dan aan een sterke lendenpartij. Deskundigen in die dagen beweerden, dat jachthonden met goede voeten en wat zwakkere lendenen het beter volhielden dan hun collega's met sterke lendenen en minder goede voeten.

    Het inkruisen met Foxhounds duurde tot ongeveer 1815. In een later stadium ging men over de op deze wijze verkregen stammen -die streng gescheiden waren -met elkaar te kruisen, met de bedoeling optimaal werkende honden te verkrijgen, die het veld snel en regelmatig afzochten met hoge neushouding en op de juiste wijze de haken sloegen, dat wil zeggen tegen de wind in. Over het algemeen werkten de honden in koppels en wanneer de ene hond een verwaaiing had opgenomen en roerloos bleef staan, wachtte de andere hond het verdere verloop rustig af.
    Tot de beroemdste honden in die periode behoorde Drake, een tamelijk grote, onopvallende hond, die in het jachtveld een geheel ander beeld vertoonde. Men beweerde dat hij met een snelheid van wel 50 mijlen per uur plotseling als uit marmer gehouwen stilstond in een wolk van stof en zand, wanneer hij verwaaiing opnam.

    De verschillende stammen vertoonden weinig eenheid in type. Dit ging veranderen met de komst van het tentoonstellingswezen. Merkwaardig genoeg waren de beide eerste tentoonstellingen, de een in Birmingham
    en de andere in Tervueren bij Brussel, uitgeschreven voor Pointers en Setters.
    Vooral de Pointers vertoonden veel verschillen in schofthoogte en men stelde derhalve klassen in voor grote en kleine honden. Wat de kruising met Foxhounds betreft, was men de mening toegedaan dat deze absoluut noodzakelijk was om een goede bouw met krachtige benen en botten en uithoudingsvermogen te garanderen.

    W. Arkwright, de bekende auteur van het standaardwerk over het ras "The Pointer and his predecessors" uit 1902, had een geheel andere opvatting over de Pointer en wilde van inkruising met Foxhonds aanvankelijk niets weten.
    In het noorden van Engeland ontdekte hij een oud ras van hoofdzakelijk zwarte, lichtgebouwde snelle honden, die gedurende een lange tijd door drie of vier generaties Pape uit Carlisle waren gefokt.
    Deze honden blonken uit op veldwedstrijden. De herkomst van deze stam, die verdacht werd van inkruising met Greyhounds, is onbekend.
    Overigens werd dit vermoeden door bepaalde fokkers ernstig betwijfeld omdat Greyhounds op het oog jagen en Pointers op de neus.
    In een later stadium heeft Arkwright ingekruist met een stam, die erom bekend stond dat er Foxhound-bloed was ingekruist. Met name de "lemon and whites" zouden ontstaan zijn door de combinatie van Pointer en een lemonbonte Foxhound.
    Ook de lengte van de haren van de gekleurde platen en vlekken die iets meer bedraagt dan die van de witte haren, zou op Foxhound-bloed wijzen, evenals de vorm van het hoofd, waarbij de markante vormen van het "dishfaced", de holle neusrug en de opgewipte neuspunt, waardoor een wat wrange expressie ontstaat, verdwijnen. Bij de wat kleinere Pointers op het continent, treffen we het "dishfaced" hoofd nog veel aan.

    Bezien we de standaard, dan valt op dat de schedel middelmatig breed en in verhouding moet zijn met de krachtige voorsnuit. Duidelijke stop en idem achterhoofdsknobbel.
    De ogen liggen halverwege de afstand tussen achterhoofdsknobbel en neus. Goed besneden onder de ogen, die helder zijn en met een vriendelijke expressie, niet hard of starend, hazelnootkleurig of bruin in overeenstemming met de kleur van de vacht. De blik moet beneden de neus gericht zijn. Neus en oogranden donker, maar lichter van kleur bij citroengele en witte honden. Wijde vochtige neusgaten. Neusrug enigszins hol met een wipneus. Vlakke jukbeenderen, zachte en goed ontwikkelde lippen.
    De vrij hoogaangezette oren moeten vlak tegen het hoofd worden gedragen, middelmatig lang en iets puntig zijn. Een lange, ronde, sterke droge hals. Lange, schuine, goed naar achteren liggende schouders. De wijde borst reikt tot aan de ellebogen.
    De ribben moeten goed gebogen zijn en worden naar de sterk gespierde lichtgewelfde lendenen geleidelijk korter.
    Korte afstand tussen de laatste ribben en het bekken. De darmbeenknobbels moeten ver uit elkaar liggen en mogen niet boven uitsteken. Het gehele silhouet van hoofd tot staart dient kracht uit te stralen en een lenige indruk te wekken.
    Rechte stevige voorbenen met sterke, ovale botten en een duidelijke zichtbare krachtige achterpees.
    De pols moet aan de voorzijde in één lijn methet been zijn en naar binnen zeer weinig uitsteken.
    Lange, sterke elastische middenvoorvoeten. De dijen en schenkels lang, voorzien van zware spieren en laaggeplaatste hakken, knieën goed gebogen.
    Ovale voeten met goed gesloten, krachtige tenen en goede eeltkussens.
    De staart is matig lang, dik aan de wortel en loopt geleidelijk dunner wordend naar de punt, het zogenaamde pijpesteeltje.
    Hij moet goed en dicht behaard zijn, recht en zonder krul, in een lijn met de rug gedragen.
    Bij het gaan, zwaait de staart voortdurend heen en weer.
    De glanzende beharing moet fijn, kort, hard en gelijkmatig verdeeld zijn, volkomen vlak en recht.
    De meest voorkomende kleuren zijn wit met gele vlekken en platen, wit met oranje, wit met leverkleur en wit met zwart.
    Eenkleurigen en driekleurigen zijn toegestaan.
    Een normaal scharend gebit.
    Vloeiende ruime gangen. Een krachtige stuwende achterhand. Ellenbogen en hakken mogen noch naar binnen noch naar buiten draaien.
    Hoogverheven gang in de voorhand, de zogenaamde hachneygang, is niet toegestaan.
    Reuen moeten 63,5 tot 68,5 cm aan de schoft meten en teven 61 tot 66 cm.
    De Pointer moet goed en symmetrisch gebouwd zijn en vief van aard en van kracht.
    Bovendien moet hij snelheid en uithoudingsvermogen tonen.

    Hertha Pointer
    In Denemarken komt een nagenoeg eenkleurige oranje-gele lichtgebouwde Pointer voor die niet officieel erkend is. Bij een schofthoogte van 65 cm bedraagt het gewicht 20 tot 25 kg.
    Het hoofd is lang met een zeer brede voorsnuit. Witte aftekeningen komen voor op het voorhoofd, snuit, keel, borst en voeten alsmede aan de staartpunt. Zeer sterk gebouwd met ruime borst maar toch licht."
    (uit Handboek Kynologie)

    Verzorging van de Engelse Pointer

    De engelse pointer heeft weinig verzorging van de vacht nodig. Af en toe het vuil er af kammen is genoeg.
    Opvoeding van de Engelse Pointer

    De Engelse Pointer heeft net zoals elke hond een conseqeunte opvoeding nodig, en erg veel beweging.





    Behandel je dieren zoals je zelf ook behandeld wilt worden.

      Het is nu ma 17 dec 2018, 03:16