BESTE LEDEN LOG IN A.U.B.

    Rasbeschrijving van de Ierse Terrier

    Deel
    avatar
    L.G.R
    Moderator
    Moderator

    Aantal berichten : 187
    Punten : 562
    Registratiedatum : 15-04-11
    Leeftijd : 37
    Woonplaats : Amsterdam

    Rasbeschrijving van de Ierse Terrier

    Bericht  L.G.R op ma 18 apr 2011, 04:20

    Rasgroep van de Ierse Terrier

    De Ierse Terrier behoort tot de Rasgroep "Terriers"
    Geschiedenis van de Ierse Terrier

    Zoals de naam als zegt, komt de Ierse Terriër oorspronkelijk uit Ierland. Door zijn ruwharige vacht was hij goed bestand ten het gure klimaat van dit land.
    Hij werd voornamelijk gehouden door boeren als "manusje van alles". Hij hield het erf vrij van mollen,ratten, muizen, konijnen e.d., ging mee op jacht met zijn baas en moest huis en haard verdedigen.
    Over zijn oorsprong is niet veel met zekerheid te zeggen, mogelijk hebben de ruwharige Black and Tan terriër en de Ierse Wolfhond in de 19e eeuw een rol gespeeld bij het ontstaan van het ras.
    Karakter van de Ierse Terrier.


    De Ierse Terriër is een rustige zelfverzekerde hond, niet overdreven vechtlustig, maar wel moedig. Hij is op zijn tijd wat eigenzinnig en zeer impulsief, maar altijd een echte vriend voor baas en zijn gezin. De terrier is fel,trouw,speels en waaks
    Rasstandaard van de Ierse Terrier

    Schofthoogte: tussen 46 en 50 cm.
    Kleur: roodbruin
    Gewicht: ongeveer 14 kg

    Uiterlijk

    Juist door zijn eenvoud is de Ierse Terriër een hond die veel mensen aanspreekt. Zowel de rode kleur van de harde ruwe vacht als zijn elegante "racy" bouw zijn factoren die hierin meespelen. Daarnaast valt ook zijn gestrekte hoofd met de V-vormige oren en zijn donkere pientere ogen op.

    Het hierna volgende artikel is overgenomen uit M.C.M. Toepoel’s verzamelbundel “VAN HONDEN,MENSEN EN ANDER LEVEN”, een Kosmos uitgave van 1949 (!). Stijl en woordgebruik zijn nogal ouderwets, maar de man was in hart en nieren een hondenliefhebber.
    D E I E R S E T E R R I E R
    Het ras voor “the happy few”

    Neen, populair is de rode terriër, zijn Ierse Goden zij dank, gelukkig niet! Moge hij het nooit worden en altijd blijven wat hij na een tentoonstellingsloopbaan van ruim zeventig jaar nóg is, een Ier en een terriër.

    Feiten, althans grote waarschijnlijkheden omtrent de herkomst van de Ier bestaan niet. Wijlen de heer G. R. Krehl, de vermaarde redacteur van “Stockkeeper”, acht hem ontstaan uit de Ierse Wolfshond. De Ierse koningen en adel zouden de min-geslaagde vertegenwoordigers van dit ras aan de mindere man hebben weggegeven en zo zou het gekruist en sterk verkleind zijn geworden. Dit gelooft, voor zover ik kon nagaan, ook het volk van het Groene Eiland. Maar aannemelijk klinkt het niet.

    Anderen zien ook in hem een afstammeling van de oud-Engelse zwartbruine draadharige terriër, maar Vero Shaw veronderstelt (Book of the Dog) dat de Schotten hun terriër naar Ierland hebben meegebracht en deze daar veranderd is.

    Stonehenge, die evenals enkele andere schrijvers met het voor hen nieuwe Ierse ras spotte, geeft in zijn “On the dog” een tekening van dezelfde hond, Peto geheten, als Schotse èn als Ierse terriër!

    De waarheid zal wel wezen, wat Rawdon Lee (Modern Dogs) meende, die met Dalziel en de genoemde Krehl een der drie kynologische schrijvers van die tijd is, welke dol veel van de rode Ier gehouden hebben. Hij nam aan, dat de arme Ierse keuterboer, die liever droomt en praat dan werkt, een hond gebruikte om zijn kool en aardappelen tegen dolend varken en dief te beschermen.Die hond moest sterk van gestel en goed gekleed (behaard) wezen, want al nam menigeen het varken ‘s nachts in het enige vertrek, de hond moest dan juist buiten de wacht houden.Als tijdverdrijf jaagde hij op ratten en om het karige menu aan te vullen stroopte de baas met hem. Dit heeft dit ras, evenals de Bedlingtonterriër, met wie het wel gekruist moet wezen, tot een zwijgende jager en vechter gemaakt.Daar tussendoor liet men de honden onderling vechten. Hiertoe kruiste men hem graag met de bullterriër.

    Zo ontstond een geharde, bruikbare, moedige terriër, die in Ierland zó algemeen was, dat volgens Krehl de driften er geen eigen terriërs op na hielden. Vluchtte een vos in een hol,dan waren er overal in de buurt te vinden

    Dat allerlei kruisingen plaats vonden, spreekt vanzelf en het is dan ook geen wonder, dat op de eerste tentoonstelling in Dublin in 1873 zéér uiteenlopende honden verschenen. In 1875 bijvoorbeeld hadden de beide prijswinners het hoofd van een Schotse terriër. Doch dit bewijst m.i. volstrekt niet, dat er geen ras bestond, maar dat de keurmeester het niet kende. Want “Sport” van de heer Jameson blijkt op een tekening uit hetzelfde jaar een Ier te wezen zoals het ras thans is en een goede ook.

    Ieren zijn merkwaardige mensen en hun honden hebben dezelfde aard. Beiden bezitten zij héél veel goede eigenschappen en hun fouten…. horen daarbij.

    Iers is het volgende. Om tot eenheid te geraken, was in 1874 bepaald, dat er geen inschrijvingen zouden worden aangenomen of er moest een stamboom bij wezen. Het gevolg was dat er toch heel wat honden waren zonder en dat sommige “stambomen” aan zakelijkheid wel iets te wensen overlieten.Men kome thans eens bij de Raad van Beheer aan met als stamboom “deze teef is vanaf alle hoge bruggen van Dublin en de omgeving in het water gesprongen” of “stamboom te lang om over te schrijven. Wie er ernstig belang in stelt, moet er maar in het veerhuis naar komen vragen, mogelijk licht men hem dan wel in.”

    De keurmeester, die een groot kenner heette, bekroonde alles door elkaar onder een geweldig spektakel en heftige protesten. Een zijner winners bleek bijgeverfd (of dit thans nog zou voorkomen????). De eigenaar ontstak in zulk een Ierse woede, dat men hem, toen hij met zijn hond wegliep, opgelucht liet begaan. Maar hij keerde terug en eiste een scheidsgerecht, waarop bleek, dat hij de hond haastig geschoren en daarmee elk spoor van verf verwijderd had!Op dezelfde tentoonstelling verdeelde men het ras in honden beneden de vier kilogram en daarboven.

    Toen Stonehenge zijn “Dogs of the British Islands” schreef, weigerde hij de Ierse Terriër daarin op te nemen. Op aandringen van Dalziel ( British Dogs) stemde hij er in toe het ras een plaats in te ruimen mits men hem raspunten overlegde, welke door een behoorlijk aantal fokkers werden erkend. Waarop men bijeenkwam en Dalziel, nadat de raspunten waren aangenomen, ze terstond door allen liet ondertekenen.

    Door dit document verkreeg de Ierse Terriër het kynologisch burgerrecht, want, behalve een hoofdstuk in het boek, ook erkenning bij de Kennel Club.

    Het strekt de liefhebbers van dit ras tot eer, dat zij van den beginne af aan tegenstanders van het verminken der oren zijn geweest en het was op verzoek van de Ierse Terriër Club, dat de Kennel Club reeds op 1 Januari 1890, dus vijf jaar vóór zij het voor alle rassen verbood, een einde maakte aan het martelen van Ieren. Hoe gunstig steekt deze houding der Ierse Terriër Club van zestig jaar geleden af tegen die van schier alle Nederlandse verenigingen van gecoupeerde rassen, welke zich zó heftig tegen het verbod door onze Raad van Beheer verzetten, dat dit college niet ingrijpt en de rechter door zijn optreden thans een euvel zal moeten stuiten, waaraan de kynologie zelf een eind had behoren te maken!

    De Ierse Terriër, door zovele bekwame pennen gesteund, slaagde in Engeland. In de jaren negentig betaalde men gauw honderd pond sterling voor een goede,jonge Ier. Maar op het vasteland pakte hij niet. De meeste Ieren kwamen nog in Nederland uit, waar, vooral in het Paleis voor Volksvlijt te Amsterdam, tentoonstellingen van tussen 700 en over de 1000 honden werden gehouden, waarop - tot in 1905 hun quarantaine-wetten dit verder onmogelijk maakten – de Britse fokkers hun dieren inschreven en aan de uit alle landen met of zonder hond toegestroomde bewoners van het vasteland toonden.

    De Ier draagt de bijnamen van “dare-devil” en “wild Irishman”. Dit zegt niet, dat hij een vechtlustige bezeteling zou wezen, doch dat hij nergens voor terugdeinst. Mensen bijt hij niet, zolang zij zijn huisgenoten niet lastigvallen of inbreken. Van kinderen verdraagt hij schier alles. Alleen van volwassen honden, zo groot als of groter dan hijzelf, veelt hij niet veel.

    Aldus vecht de Ier.

    Een dertig jaar geleden fietste ik in Laren met drie Ierse Wolfshonden aan de lijn, twee teefjes en een reu. Daar ziet een jonge Ierse Terriër, die met een jonge dame en een heer op een zijweg aankomt, mijn reuzen. Nu was het gebruikelijke optreden in dit land van onordelijke honden – want onordelijke bazen – dat zij, ook al kwamen zij mijn Ieren tegemoet, om hen heen liepen en dan in de achterbenen beten. Maar zo handelt een Ierse Terriër niet! Het ventje rent ons achterna, zwenkt vóór mijn drietal om en springt van voren mijn reu naar de keel. Zijn bekoorlijke geleidster gilt van angst en de omstanders ontstellen. Maar ik ken mijn brave, grote Ier, een “killer”, en weet zowel hem als de jonge durfal veilig. Mijn vriend wendt onder het draven juist voldoende de keel af en de terriër mist en valt.

    Met zijn beharing voor het Ierse regenklimaat is de Ier een volbloed zwemmer. Vele schrijvers gewagen van honden van dit ras, die duikend waterratten vingen. Trouwens als rattenvanger heeft de Ier zijn gelijke niet. Eén enkele Ier zuiverde een grote Amsterdamse broodfabriek van ratten, nadat alle andere pogingen gefaald hadden.

    Wie het karakter van de Ierse Terriër wil leren kennen, leze Jack London’s beide boeken, waarin twee nestbroertjes de hoofdpersonen zijn. Dat, hetwelk de circusdressuur behandelt, was mij te machtig. Voor wie van jongsaf bokst, is die onzedelijkheid – welke onze op ander gebied zo voorzichtige overheid gedoogt – te walglijk. Maar hoe heerlijk schildert London de waakzame kameraad van de eenzame kapitein met de Nederlandse naam! Het enige mij bekende voorbeeld van een Nederlandse naam, die een Engels-schrijvend auteur in gunstige betekenis gebruikt.

    Robert Leighton schetst in zijn “New book of the dog” de Ier zo juist als hij zegt, dat hij niet te groot is, maar juist groot genoeg om zijn hoofd op onze dij te leggen en ons aan te zien. Leighton bedoelt hier het ogenblik, waarin de mens zich door middel van de hond even opgenomen voelt in de eenheid van alles, die zo diep onder onze chaotische samenleving bedolven ligt. Kernachtig drukt de Ier dit uit, die verklaarde, dat de duivel hem zijn vrouw, maar God zijn terriër geschonken had.

    In uiterlijk is de Ier een terriër, iets groter en slanker dan de Fox. Hij is , om het scherp te onderscheiden, het renpaard tegenover de Fox de hit. Hij is van nature reeds kantig en scherp van lijn en men streeft er naar bij het opmaken ( en bij het fotograferen door retouche!) deze eigenschappen te overdrijven.
    Gezondheid van de Ierse Terrier

    Geen informatie over de gezondheid van de Ierse Terrier gevonden.
    Heb jij ontbrekende informatie over de gezondheid van de Ierse Terrier ? Dan kun je dat toevoegen
    Verzorging van de Ierse Terrier

    Zoals iedere terriër moet ook de Ierse Terriër getrimd of geplukt worden om het overtollige haar te verwijderen. Dit trimmen kunt u eventueel zelf leren. De club of de fokker van uw pup zullen u graag advies geven. Verder zijn er natuurlijk trimsalons die uw hond de nodige trimbeurten kunnen geven. Naast deze trimbeurten kunt u volstaan met het regelmatig kammen van de vacht met een grove kam.
    Opvoeding van de Ierse Terrier


    De Ier is een hond met een behoorlijk sterke eigen wil en daarom is het nodig, dat hij goed leert wat door zijn baas goed gevonden wordt en wat niet. Dit kan niet voldoende benadrukt worden. Op jonge leeftijd leert de hond gemakkelijk en spelenderwijs heel veel aan. Profiteer hiervan. Een goed opgevoede hond is zijn leven lang een plezier voor ieder. Omdat een Ierse Terriër sterk gehecht is aan mensen, gekombineerd met zijn intelligentie, laat hij zich goed opvoeden en bereikt men meer met een terechtwijzing of even prijzen en aanhalen, dan met harde dressuurmethoden!

    In huis

    Door zijn rustige karakter is de Ierse Terriër bijzonder geschikt als huishond. Ook zijn middelgrote maat komt hem hierbij van pas: niet te groot voor de kamer, maar sterk genoeg om een goed verdediger van baas en huisgenoten te zijn.
    Kinderen en Ierse Terriërs gaan prima samen! Een van de dingen die hij het liefst doet is autorijden.

    Buiten

    Ook tijdens een wandeling is de Ierse Terriër een fijne, levendige, speelse hond. Zelfs op oudere leeftijd.
    Alleen moet men in streken met veel wild rekening houden met zijn goed ontwikkeld jachtinstinkt.
    Bij voorkeur moet de hond op deze wandelingen goed kunnen rennen, een slap "blokje om" is niet voldoende. Kan hij buiten zijn energie kwijt, dan is hij binnen de hond die we ons wensen.
    Rasvereniging van de Ierse Terrier

    Nederlandse Ierse Terrier Club NITC

    www.irishterriers.nl





    Behandel je dieren zoals je zelf ook behandeld wilt worden.

      Het is nu ma 19 nov 2018, 06:40