BESTE LEDEN LOG IN A.U.B.

    Rasbeschrijving van de Basenji

    Deel
    avatar
    L.G.R
    Moderator
    Moderator

    Aantal berichten : 187
    Punten : 562
    Registratiedatum : 15-04-11
    Leeftijd : 37
    Woonplaats : Amsterdam

    Rasbeschrijving van de Basenji

    Bericht  L.G.R op za 16 apr 2011, 10:44

    De Basenji behoort tot de Rasgroep "Windhonden"
    Geschiedenis van de Basenji

    Omstreeks 1870 schreef ontdekkingsreiziger dr. Scheinfurth, na een reis door centraal Afrika voor het eerst over deze wildernishonden met hun sierlijke lichaam, de waakzame staande oren en gekrulde staarten. Deze honden bezaten een korte gladde vacht in diverse roodschakeringen met meer of minder witte aftekeningen. De door dr. Scheinfirth ontdekte pygmeestammen, zoals de Nyam-Nyam Of de Mangbattu ( een stam uit het Ubangi-Uele district in Oost-Congo), gebruikten dit soort honden bij de jacht. Om de honden te kunnen volgen werd een bel om de hals van de hond bevestigd. Het materiaal en de vormgeving van deze jachtbellen varieerden van stam tot stam.
    In 1882 ontdekte dhr. H. Johnston dat deze jachthonden niet konden blaffen. Hun geluid beschreef hij als een combinatie van huilen en grommen. De Ituri stam en de uit Zuid-Sudan afkomstige Bantu krijgers bezaten honden die naar de beschrijvingen zeer veel overeenkomst vertoonden met onze huidige Basenji's. Deze honden kwamen voor in geheel Afrika, maar ook de vele historische afbeeldingen in
    rotstekeningen en in graftombes uit het oude Egypte laten een Basenji-achtig type hond zien. Zo is er een in Chatsworth House in Derbyshire (GB) aanwezig.

    Het reliëf stelt voor koning Renu en zijn vrouw Dedet uit de 11e dynastie (1900 jaar voor Christus) met een Basenji zittend onder Renu's stoel. In de Saggara Pyramide bevinden zich gravures van honden met staande oren en sterk gekrulde staarten gelijkend op de Basenji in prachtige jachttaferelen. Ook de
    hondenafbeeldingen in de grote pyramide van Khufu of Cheops vertonen grote gelijkenis met de Basenji. De Pharao Tutankhamon bezat een selecte meute van deze dieren, die getooid waren met gouden halsbanden, ingelegd met edelstenen.
    Over het gehele Afrikaanse continent bevonden zich deze sierlijke, sterke honden met hun expressieve uitdrukking, de rechtopstaande oren en de sterk gekrulde staart.

    Naar gelang de streek waar ze werden ontdekt, hadden zij andere namen zoals Congo Terriers, Lagos Wildernishonden, Bongo's en Zande honden. Ze bezaten een grote intelligentie en een enorm jachtinstinct. Mede hierdoor waren zij voor de inheemste pygmee-stammen van onontbeerlijke waarde. Op de Crufts tentoonstelling in 1895 werden de eerste Basenji-achtige honden tentoongesteld. Deze door dr. W. Temple meegebrachte exemplaren stierven kort na de Crufts aan een virus infectie. Ongeveer tegelijkertijd bevonden zich ook enkele exemplaren van deze honden in de Jardin Zoölogique te Parijs en in
    de Berlijnse Tiergarden. Lady Helen Nutting nam in 1923 vanuit Nahr-el-Ghazat aan de grens van de Congo in totaal zes Basenji's mee. Zij stierven alle in de quarantaine kennels als gevolg van de toen nog experimentele hondenziekte-inentingen.

    Tien jaar later kwamen enkele exemplaren uit het toenmalige Belgische Congo en het had heel wat voeten in aarde, alvorens het ras toen door de Engelse Kennel Club werd erkend. Een export uit de Londense
    dierentuin en enkele autoriteiten van de Kennel Club gingen naar de quarantaine kennels en men besloot om het ras de naam Basenji te geven, hetgeen 'wilde'of 'bosjesman' betekent. Nu nog wordt dit woord in de Congo gebruikt voor een domme halfwilde inboorling.

    Al deze exemplaren werden eveneens ziek en stierven op een teef na, die verder als huishond werd gehouden.Van groot belang voor de hedendaagse Basenji's was de inzet van mrs. Olivia Burn bekend fokster
    van draadhaar Foxterriers onder de naam ”The Blean”. Tijdens haar verblijf in Belgisch Congo in 1936-1937 waar haar man werkzaam was, zag zij deze typische honden en kreeg zij de mogelijkheid verschillende exemplaren te kopen van diverse stamhoofden. Deze honden leggen de grondslag voor de ”of
    Blean”Basenji's. Mrs. Olivia Burn's eerste importen waren: Bongo of Blean, Bokota of Blean, Bashele of Blean, Bungwa of Blean en Bakuma of Blean. Zowel Bongo als Bokota en de uit deze combinatie geboren pups veroorzaken in 1937 tijdens de Crufts tentoonstelling zo'n opschudding dat er politie agenten nodig
    waren om de nieuwsgierige toeschouwers op voldoende afstand te houden. Met wisselend succes werden er nieuwe importen uit Afrika gehaald.

    In 1939 begon de bekende en energieke fokster mrs. Veronica Tudor-Williams de belangen van de
    fokkerij van dit ras serieus ter hand te nemen. Onder de kennelnaam ”of The Congo” importeerde mrs. Veronica Tudor-Williams o.a. Simolo of The Congo, Wau of The Congo en de wereldberoemde Fula of The Congo. In 1937 brachten mr. en mrs. Arthur Byron een Basenji teefje mee van hun reis naar Zuid-Soedan. Dit hondje hadden zij met grote moeite kunnen kopen van een Soedanese inboorling. Haar naam
    was Amatangazig, kortweg Zig genoemd. Toen Zig tijdens de oorlogsjaren verhuisde naar mrs. Veronica Tudor-Williams veranderde haar naam in Amatangazig of The Congo. Zij was een hond welke zeer grote invloed op de fokkerij heeft gehad. Veel van de huidige Basenji's zijn terug te voeren op de originele ”Blean”en ”of The Congo” bloedlijnen.
    Basenji

    In 1941 importeerde dhr. Teffich uit New York een paar inheemse Basenji's, die gezamenlijk werden vervoerd per schip met vier jonge gorilla's. Ze konden het tijdens de lange reis uitstekend met elkaar vinden.
    Deze Basenji's ”Kindu” en ”Kaysenji”, kregen een zoon, de in Amerika geboren ”Kingolo”. Hij werd Amerikaans kampioen. Daarna werd hij door mr. en mrs. R.J. Williams naar Ierland geëxporteerd en bleek een waardevolle outcross. Mrs. Elspeth Ford van de bekende ”Taysenji” Basenji's bracht de eerste zwart/witte Basenji kampioen vanuit Zambia naar Engeland. De reu Ch. Taysenji Tahzu won zijn
    titel onder de Zuid-Afrikaanse Kennel Club regels, voordat hij naar Engeland vertrok. In hun boek ”Leopard in my Lap” schreven Armand en Michaela Denis in 1955 over de verschillen in type tussen de Noordelijke en Zuidelijke Congo Dogs.

    Zij vermelden ook de diverse kleurvarianten. Inboorlingen in struik en/of moerasgebied prefereerden de rood/witte of de brindle exemplaren. De stammen in de omgeving van veel bomen zagen hun Basenji's liever in de kleuren zwart/wit en tri-colour. In 1959 vergezelde mr. Michael Hughes Halls (ingezetene van Zuid-Rodesie) mrs. Veronica Tudor-Williams tijdens haar expeditie door Soedan, waar zij de eerste brindle kleurige Basenji ontdekte, later genaamd ”Binza of the Laughing Brook”. Basenji's in Nederland

    In 1953 werden de eerste twee Basenji's geïmporteerd vanuit Engeland door Jonkheer Van Sandbergh uit Wassenaar. Dit was de rood/witte reu ”Orange Pip of The Congo ” (Black Jinn of The Congo x Coctail of The Congo) geboren 20-1-1952 en gefokt door mrs. Veronica Tudor-Williams en mr. en mrs. H. Keegan en het rood/witte teefje ”Mintoes of The Congo” (Ch. Alderney of Thomastown x Ch. Mint Julep of
    The Congo) geboren 21-12-1951 en gefokt door mrs. Veronice Tudor-Williams. Op 7-1-1954 fokte C. Sandbergh- de Vlieger het eerste Nederlandse nestje Basenji's onder de kennenaam ”v.d. Vrije Blick” te weten vier rood/witte teefjes uit de bovenstaande importhonden. Deze combinatie werd herhaald met de geboorte van vijf rood/witte pups te weten twee reutjes en drie teefjes op 27-11-1954. "Orange Pip of The Congo” behaalde de titel Winner 1954 en het teefje ”Mintoes of the Congo” werd Jeugdwinster 1953 en Winster 1954.

    In 1955 importeerde Jonkheer Van Sandbergh de tri-colour reu ”Black Fly of The Congo”
    (piccolo of The Congo x Ch. Petal of The Congo) geboren 10-12-1954 van fokster mrs. Veronica Tudor-Williams. Deze import resulteerde in een nestje geboren 19-12-1995 v.d. Vrije Blick Basenji's bestaande uit een reu en vijf teven alle rood/wit met als moederhond ”Amba v.d. Vrije Blick”. 1956 laat zien kennel ”v. Bongoland” van mevr. A. Kempers-Martens en eveneens in 1956 fokte W. Wijnvoord een nestje, maar deze bezat geen kennelnaam. In 1957 fokte W. Sillem onder de kennelnaam ”v.d. Verklikker” een nest uit de combinatie Bellpip v.d. Vrije Blick x Chiquitta v.d. Vrije Blick, dezelfde combinatie herhaalde hij in 1958.

    Ook in 1958 kennel ”van de Groenzijl” van mej. M. Tissing. 1961 bracht kennel ”van de Fronsel” van J. Jongsma. In 1974 fokten Lt.William B. Wood onder kennelnaam ”Kachina” twee nestjes met de in 1973 geïmporteerde reu ”Hengist of Houndmark” en de import teven ”Lionslair Fula Black Cap of The
    Congo” en ”Erme Dancing Pony”. Kennel ”van het Leurse Bos” van T. Fokker-Brouwer fokte in 1975 drie nestjes.

    In 1976 was er het eerste ”Basiateck's” nestje van mevr. E. de Reus uit de combinatie van Hengist of Houndsmark x Riviana Rasjilah. Mevr. E. de Reus is van groot belang geweest voor de populatie van de
    Basenji in Nederland. Meer dan 25 jaar heeft zij hart en ziel gegeven aan dit ras. Ook in het buitenland is mevr. E. de Reus geen onbekende in de Basenji wereld. In 1972 importeerde zij haar eerste twee Basenji's uit Engeland, dit waren ”Fula Kenge of The Congo” (reu) en ”Fula Furore of The Congo” (teef). Met
    deze twee honden verscheen mevr. E. de Reus op vele tentoonstellingen, maar ze zijn niet gebruikt voor de fokkerij. In 1975 importeerde ze weer twee Basenji's uit Engeland te weten ”Riviana Gold Fula of The Congo” (reu) en ”Riviana Rasjilah” (teef). Nadat deze twee honden vele tentoonstellingen gelopen hadden
    en allebei nationaal en internationaal kampioen werden, zijn zij gebruikt voor de fok. Riviana Rasjilah is daardoor dan ook de stammoeder van alle Basiateck's Basenji's. Het vlaggeschip van de Basiateck's kennel is jarenlang de teef ”Basiateck's Bemba” geweest, een zeer fraaie teef, die voor de nodige nazaten heeft gezorgd en op tentoonstellingen een zeer geliefde hond was.
    Met het eerste Basiateck's nest in 1975 heeft mevr. E. de Reus thans twintig nesten op haar naam staan en was zij de afgelopen 25 jaar zeer regelmatig te zien op tentoonstellingen in binnen- en buitenland, resultaten hiervan was dat ze in eigen bezit 11 kampioenen heeft gehad. Ook de nazaten in ander bezit hebben de nodige titels behaald. 1978 bracht ”Van Tilburgs Roem” van G. Wagener-v. Puijenbroek in beeld en in 1979 kwam ”de Stille Sprinter” van J. Wassenaar erbij en ”Van Marconi's hof” van C. Hartgers. In 1980 volgde ” ”De Perbablo van J. Willemsen en in 1983 kwam fokster E. Takx- de Vos de kennel ”Van de
    Zuidvlietweide” erbij. 1985 bracht ons naar ”Van Fulas Beauty” van J. den Hartog-Donker. In 1989 een nieuwe kennelnaam ”Van de Stille Jager” van dhr. H. Schipper en in 1990 fokte L.v. Nieuwmegen haar eerste nestje onder kennelnaam ”The Dogs of Joy”.

    In 1993 wederom een nieuwe kennelnaam en wel ”Abotere's” van mevr. J. Gielisse, zij importeerde Basenji's vanuit verschillende delen van de wereld en heeft hiermee vele successen behaald. Deze successen heeft zij
    heden nog steeds. Mevr. J. Gielisse is een van de mensen geweest die zich hard gemaakt hebben om de brindle kleur erkend te krijgen. In 1994 fokt dhr. O. Zeypveld zijn eerste nest onder de kennelnaam ”of the Two Choices”. In 1998 heeft mevr. J. Brookman haar eerste nestje onder de kennelnaam ”From the
    Headwaters”.

    Een jaar daarna komen we onder kennelnaam ”Oelan Oede” het eerste Basenji nestje van dhr. J.v.d. Stelt tegen. Mevr. H. Bijker heeft in 2000 haar eerste nestje onder de kennelnaam ”African Mystery's”. In 2001 zijn er twee nieuwe kennelnamen of the Silent Path van Dhr. F. Leemeijer en Two of a Kind's van Dhr. D. Span.

    In 2003 heeft Mevr. M. Felix haar eerste nest onder de kennelnaam v. Oxymoron. Als laatste komt Dhr. M. v.d. Heuvel die in 2005 zijn eerste nest fokt onder de kennelnaam Toka Kilima. In de loop der jaren zijn
    er in totaal 50 Basenji's vanuit de gehele wereld geïmporteerd, de meeste zijn (en worden nog steeds) gebruikt door de fokkers bij het fokken.Vanaf het begin tot op heden zijn er 127 nesten geboren met een totaal van 540 Basenji puppen.

    In de jaren 90 heeft er drie maal een contactdag voor Basenji 's en hun eigenaren plaats gevonden, deze dagen waren bedoeld om de eigenaren en hun honden met elkaar in contact te brengen en de ervaringen met dit speciale ras onderling uit te kunnen wisselen. Deze dagen zijn altijd erg goed bezocht en
    door de deelnemers ook altijd als zeer plezierig ervaren. Ook werden de Basenji eigenaren door middel van een nieuwsbrief op de hoogte gehouden van de activiteiten en nieuwtjes.

    Karakter van de Basenji

    De Basenji is van nature een koppig hondje. In het gezin laat hij niet zo gauw merken dat hij blij is. Als je de hond goed kent en de hond kent jou goed, dan herken je wel duidelijk hoe de hond zich voelt. De Basenji kan heel gehoorzaam zijn, maar zijn koppigheid zie je toch steeds weer terugkomen, ook op momenten waar je het totaal niet verwacht. Verder kun je als baasje echt alles met je hond doen en vindt hij alles goed. De Basenji is op zijn eigen manier aanhankelijk, wat je merkt als je hem goed kent.
    Een Basenji staat ook bekend om zijn kattenmanieren. Als hij speelt gebruikt hij veel zijn poten om bijvoorbeeld een balletje te pakken. Ook als hij vies is of nat dan likt hij zichzelf schoon.
    Rasstandaard van de Basenji

    De Basenji
    ===========
    De Basenji is oorspronkelijk afkomstig uit Centraal Afrika, waar hij tot op heden nog door de Pygmeeën voor de jacht wordt gebruikt.

    Uiterlijk
    =============
    De Basenji is een kortharige, vierkant gebouwde hond die, doordat hij hoog op de benen staat, de indruk wekt dat hij hoger is dan lang. Hij heeft een elegante uitstraling, wat wordt versterkt door zijn gangwerk. In draf strekt de Basenji zijn voorpoten ver naar voren, waardoor hij lijkt te zweven. Het hoofd wordt hooggedragen, waarbij de oren rechtopstaan. Hierbij moet de Basenji een duidelijke frons tonen, wat hem een 'zorgelijke' indruk geeft. Verder is het krulstaartje een opvallend kenmerk van de Basenji. Hij heeft ook een spitse snuit.

    Het ras kent vier erkende kleurslagen : Rood, Zwart, Zwart met tan-aftekening en brindle. Bij alle kleurslagen zijn witte voeten, witte staartpunt en witte borst verplicht volgens de rasstandaard. Verder is wit aan de kraag, benen en hoofd toegestaan.

    Karakter
    ===========
    De Basenji is een eigenwijze, nieuwsgierige, zelfstandige hond, die ook zeer aanhankelijk is naar zijn roedelgenoten (zowel mens als dier). De jachtpassie is nog zeer nadrukkelijk aanwezig. Hierdoor is hij niet geschikt om los te laten lopen binnen het gangbare verkeer. De Basenji wordt ook wel een katachtige hond genoemd. Hij heeft nl. geen lichaamsgeur, houdt niet van water, likt zich schoon en speelt als een kat. Ook bekijkt hij het leven graag vanaf hoogten. Zo ligt hij het liefst op een bank/stoel of in het raamkozijn. Dat een Basenji niet een hond is als anderen, blijkt uit het vorenstaande.
    Maar de grootste bijzonderheid van een Basenji is nog wel het feit dat hij niet blaft. Wel kan hij veel andere geluiden maken. Onder andere een soort 'jodel'. Dit geluid is bijna niet te omschrijven, maar klinkt ongeveer als het huilen van een wolf, maar dan met meerdere toonhoogten. Een Basenji laat dit geluid horen als hij blij is.

    Opvoeding
    ==========
    Hij heeft een zeer consequente opvoeding nodig, waarbij hem duidelijk moet worden gemaakt wie de baas is. Deze opvoeding wordt in het begin gedaan door de fokker, maar moet daarna ook zeer strikt worden doorgezet door zijn nieuwe eigenaar. De Basenji is geen slaafse hond. Hij ziet zijn eigenaar meer als zijn 'gelijke' dan als zijn baas! De Basenji heeft veel beweging nodig. Loslopen kan eigenlijk alleen op 'veilig' terrein. Dit betekent een terrein dat omheind is d.m.v. een hek of brede sloot. Verder is het goed mogelijk om met een Basenji te gaan fietsen.
    Hierdoor wordt zijn conditie goed op peil gehouden en kan hij zijn energie kwijt. Als een Basenji genoeg beweging krijgt met voldoende 'uitdagingen', is hij binnen rustig. Ook is het dan geen probleem om hem een paar uur alleen thuis te laten. Overigens is het geen hond die alle dagen gedurende de hele week alleen thuis wil blijven (maar welke hond wél ?)

    Conclusie
    ==========
    Conclusie Een Basenji is geen hond voor iederéén. Als u een gezellige 'partner' zoekt, die niet altijd los kan lopen, maar wel altijd bij u in de buurt wil zijn, nieuwsgierig is maar ook zelfstandig en die u iedere dag weer voor verrassingen stelt, dan kunt u overwegen een Basenji aan te schaffen.

    RASSTANDAARD
    Algemeen Een lichtgebouwde hond met een aristocratisch uitdrukking. Hoogbenig in vergelijking met zijn lichaamslengte, altijd in verhouding, attent en intelligent. De kop met staande oren met veel rimpels, trots op een goed gebogen hals gedragen. Het diepe borstbeen gaat over in een duidelijke taille. De staart is sterk gekruld. Dit alles resulteert in het beeld van een welgevormde hond met een gazellen-achtige elegantie.
    Bijzonderheden: Hij blaft niet, is echter niet stom. Zijn typische geluid bestaat uit een mengeling van 'lachen' en 'jodelen'. Opvallend is zijn reinheid in alle opzichten.

    *Karakter:
    Een intelligent, maar zeker ook liefdevol ras. Kan tegenover vreemden wat gereserveerd zijn.

    *Kop en schedel:
    Vlak, goed gevormd en van gemiddelde breedte, zich naar de neus toe versmallend met zwakke stop. Afstand van achterhoofdsbeen tot stop iets langer als van stop tot neusspiegel. De buitenste schedellijnen versmallen zich geleidelijk naar de kaak, waardoor een gelijkmatige kaaklijn ontstaat. Fijne en rijkelijk aanwezige rimpels op de schedel, als de oren hoog gedragen worden. Rimpels aan de zijkant van de schedel zijn wenselijk, maar mogen niet overdreven zijn zodat wammen ontstaan. De rimpels bij puppen zijn duidelijker zichtbaar. Bij driekleurige en zwarte honden is de rimpelvorming minder zichtbaar. Zwarte neusspiegel is zeer wenselijk.

    *Ogen:
    Donker, amandelvormig, schuin geplaatst en met een verziende blik. De oogopslag is ondoorgrondelijk.
    Oren: Klein, spits, rechtopstaand en licht naar voren gebogen, van een fijne struktuur. Redelijk ver aan de voorzijde van het hoofd aangezet. De punten van de oren staan meer naar het midden van de schedel dan de buitenste ooraanzet.

    *Gebit:
    Krachtige kaken met een regelmatig en volledig schaargebit, waarbij de bovenste snijtanden zonder tussenruimte over de onderste snijtanden sluiten en de tanden recht in de kaak geplaatst zijn.

    *Hals:
    Krachtig en van goede lengte, zonder dik te zijn. Welgevormd met een bredere halsaanzet, met een elegante boogvorm. Goed tussen de schouders geplaatst, onderstreept deze de trotse houding van de kop.
    Voorhand Schouders goed terugliggend, met goede bespiering zonder beladen te zijn. De ellebogen sluiten aan aan het borstbeen. Van voren gezien vormen de ellebogen met de ribben een lijn, die zich voortzet langs de poten naar de grond, waardoor een middelbreed front ontstaat. De voorpoten zijn recht, van fijne bottenstruktuur, met een zeer lang onderbeen. Middenvoetsbeen dient van goede lengte, recht en bewegelijk te zijn.
    Lichaam In verhouding, met korte rechte rug. Ribben goed gewelfd, diep en ovaal. De lendenpartij is kort. Het diepe borstbeen gaat naar achteren in een duidelijke taille over.

    Achterhand Krachtig en bespierd. Sprongbeen in- noch uitdraaiend. Lang onderbeen met matig gehoekt kniegewricht.
    Poten Klein, smal en compact met dikke kralen. Sterke tenen met korte nagels.
    Staart Hoog aangezet, waarbij het zitbeen achter de staartaanzet uitsteekt. De staart krult strak over de wervelkolom in een enkele of dubbele krul, waarbij deze vlak tegen een van de lendenen ligt.
    Beweging De poten worden in een lange, onvermoeibare en vloeiende gang recht naar voren bewogen.
    Vacht Kort, glanzend en fijn van struktuur. De huid is zeer soepel.
    Kleuren Zwart met wit; rood met wit; zwart, tan en wit met tankleurige aftekening boven de ogen, tankleurige voorsnuit en wangen; gestroomd, duidelijke zwarte strepen op een rode ondergrond. Het wit moet aanwezig zijn op de voeten, de borst en de staartpunt. Witte poten, bles en een witte kraag zijn niet ongewenst.
    Grootte en gewicht De ideale grootte van reuen is een schofthoogte van 43,2 cm; bij teven is dit 40,6 cm. Het ideale gewicht van reuen is ca. 11 kg; bij teven 9,5 kg.

    *Fouten
    Alle afwijkingen ten aanzien van voornoemde punten moeten als fouten worden gezien, waarvan de mate afhankelijk moet zijn van de gradatie hiervan.

    *Opmerking
    Reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig ingedaalde testikels hebben.

    Samenvatting
    De Basenji is een vierkant gebouwde, middelgrote hond met een elegante verschijning. Eén van zijn bijzonderheden is: hij blaft niet, maar is zeker niet stom. Hij heeft een krulstaart die hij vlakliggend aan één van de lendenen draagt. Fijngevormde rimpels vormen zich op de schedel als hij attent is en daarbij zijn oren spitst. Hij poetst zich als een kat en heeft geen typische hondengeur. Zijn temperament vraagt om veel beweging buitenshuis. Tegenover vreemden kan de Basenji zich gereserveerd opstellen.

    @Cindy@
    Gezondheid van de Basenji

    De Basenji is een ras waarbij gelukkig relatief weinig ziekten voorkomen.
    Helaas is het wel zo, dat men er ook bij de Basenji niet aan ontkomt om aandacht aan bepaalde aandoeningen te besteden.
    Op de volgende pagina's vindt u informatie over aandoeningen, waarvan bekend is dat zij (soms specifiek) bij de Basenji kunnen voorkomen.

    Vanzelfsprekend is deze lijst niet volledig. Net zoals iedere andere hond kan de Basenji vele ziektes oplopen in het dagelijks leven. Hierom benadrukken wij nog eens dat bijvoorbeeld jaarlijkse inentingen en 1/2-jaarlijks ontwormen een 'must' zijn. Uw dierenarts kan u hierover volledig inlichten. Dit geldt tevens als u met uw hond op vakantie gaat. U moet erop bedacht zijn dat er vele ziekten zijn die door parasieten worden overgebracht.
    Verzorging van de Basenji

    Een Basenji verliest normaal gesproken door het jaar heen geen haren. Wel is hij twee maal per jaar in de rui. Hij moet dan goed geborsteld worden.
    De Basenji vindt het over het algemeen fijn om (los) te rennen en krijgt daar niet gauw genoeg van.
    Opvoeding van de Basenji

    Het opvoeden van de Basenji is in het eerste jaar geen gemakkelijke klus. Dit is vooral zo als het baasje weinig of geen ervaring met honden heeft opgedaan. Waarom is dit zo?
    Niet vanwege het zindelijk maken, de voeding of dat soort dingen.
    Zoals je kon lezen kan de Basenji namelijk -ondanks de vele goede eigenschappen- een bepaalde ondoorgrondelijke "koppigheid" en eigenwijsheid vertonen. Dit is deels toe te schrijven aan de geringe mate van "domestisatie" van dit ras; het is eigenlijk nog een natuurhond. De opvoeder die zich niet bewust is van deze kenmerkende eigenschap en de verwachting heeft dat de Basenji binnen een bepaalde tijd aan een 'standaard gehoorzaamheidsniveau' dat voor de meeste honden geldt zal voldoen kan bedrogen uitkomen. Dit heeft niets te maken met een gebrek aan intelligentie.
    Het is belangrijk bescheiden verwachtingen te koesteren over de prestaties van de Basenji in vergelijking tot die van bijvoorbeeld andere pups bij de puppytraining of gehoorzaamheidstraining.
    Geduld is het sleutelwoord! Alleen dan zal de inspanning tot een gelukkige samenwerking tussen de Basenji en het baasje leiden. Schreeuwen of een harde aanpak door gebrek aan geduld zal tot frustratie van zowel de hond als de baas leiden en averechts werken. Wordt de Basenji met liefde en veel geduld grootgebracht, dan ontwikkelt zich tussen beiden een hechte band en onderkent de baas de mogelijkheden en beperkingen van deze mooie en aanhankelijke hond.
    Rasvereniging van de Basenji

    Basenji Club Nederland: www.basenji-club.nl


      Het is nu di 14 aug 2018, 10:02