BESTE LEDEN LOG IN A.U.B.

    Rasbeschrijving van de Kooikerhondje

    Deel
    avatar
    L.G.R
    Moderator
    Moderator

    Aantal berichten : 187
    Punten : 562
    Registratiedatum : 15-04-11
    Leeftijd : 37
    Woonplaats : Amsterdam

    Rasbeschrijving van de Kooikerhondje

    Bericht  L.G.R op ma 18 apr 2011, 03:07

    Rasgroep van de Kooikerhondje

    De Kooikerhondje behoort tot de Rasgroep "Staande Jachthonden, Spaniels en Retrievers"
    Geschiedenis van de Kooikerhondje

    Dit Nederlandse ras is nu ook erkend. Op 18 juni 1966 keurde de Raad van Beheer de voorlopige officiële raspunten van het Kooikerhondje goed. Met vele andere heeft Baronesse van Hardenbroek weer een parel aan de Nederlandse rassen toegevoegd. Men fokt het ras thans in behoorlijke aantallen van zeer goede kwaliteit; de jaarlijkse Kooikerhondjes dag heeft een grote bijdrage geleverd aan de huidige positie van dit jachthondenras
    Karakter van de Kooikerhondje

    gehoorzaam,vrolijk en actief
    Rasstandaard van de Kooikerhondje

    Inleiding

    Oorsprongsland
    Nederland

    Gebruik
    Deze kleine spioen, die in de eendenkooien zo voortreffelijk werkte en soms nog werkt, met zijn harmonische bouw, fraaie kleur en schitterende beharing en bevedering is een echt jachthondje met een opgewekt karakter.

    Indeling F.C.I.
    Groep 8, sectie 2, drijfhonden, nr. 8.20.31

    Kort historisch overzicht
    Dit Nederlandse ras is nu ook erkend. Op 18 juni 1966 keurde de Raad van Beheer de voorlopige officiële raspunten van het Kooikerhondje goed. Met vele andere heeft Baronesse van Hardenbroek weer een parel aan de Nederlandse rassen toegevoegd. Men fokt het ras thans in behoorlijke aantallen van zeer goede kwaliteit; de jaarlijkse Kooikerhondjes dag heeft een grote bijdrage geleverd aan de huidige positie van dit jachthondenras.

    Raspunten van het Kooikerhondje

    Algemeen voorkomen en verschijning
    Kwieke, bonte hond van vrijwel kwadratische lichaamsvorm, waarbij de lengte iets meer bedraagt dan de schofthoogte. Goed bevederde staart en opgeheven hoofd. Lengte van schedel en snuit ongeveer gelijk.

    Karakter
    Vrolijk maar niet luidruchtig, zeer op zijn omgeving gesteld, vriendelijk, goedaardig en attent.
    rasstandaard.jpg

    Hoofd
    Schedel: voldoende breed, matig gewelfd.
    Stop: duidelijk, maar niet te diep.
    Neusspiegel: zwart.
    Snuit: niet te diep en profil.
    Lippen: niet overhangend.
    Jukbeenderen: goed gevuld.
    Aftekening: bij voorkeur bles, gekleurde wangen.
    Ogen: amandelvormig, donkerbruin, met vriendelijke, attente uitdrukking.
    Oren: matig groot, aanzetting iets boven de lijn tussen neuspunt en ooghoek, zonder wit, tegen de wangen gedragen. De oorharen zijn lang; zwarte haarpunten (oorbellen) zijn gewenst.
    Gebit: normaal scharend, tanggebit is toegestaan.

    Hals
    Recht en krachtig gespierd.

    Romp
    Rug: sterk.
    Borst: diep met voldoende gewelfde ribben.
    Staart: horizontaal, tot vrolijk gedragen; niet gekruld. Goed ontwikkelde bevedering met witte pluim. Lengte van de staartwervels tot de hakken reikend.

    Benen en voeten
    Voor: recht met niet te zware bevedering.
    Achter: vrij lang behaarde broek; beneden de hak geen bevedering; sprong voldoende gehoekt.
    Voeten: klein, goed gesloten en kort behaard.

    Gangwerk
    Moet vlot en elastisch te zijn, niet steppend.

    Beharing
    Middelmatig lang, lichtgolvend tot sluik; niet krullend en goed aansluitend. Niet te fijne haren. Goed ontwikkeld onderhaar. Gemakkelijk te onderhouden.

    Kleur
    Duidelijke en heldere oranjeroodkleurige platen op witte ondergrond. De kleur moet overwegen. Zwart-bont en driekleur zijn niet toegestaan.

    Grootte
    Schofthoogte van ca. 35 tot en met ca. 40 cm.

    N.B. Reuen moeten 2 duidelijk normale testikels hebben, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.

    Geschiedenis | Afdrukken |
    Schilderij
    Schilderijenhondje

    Kooikerhondjes behoren tot een oud, Nederlands ras. Op schilderijen van 17e eeuwse meesters o.a. Jan Steen komt men veelvuldig spioenachtige hondjes tegen die veel lijken op het huidige kooikerhondje. Ook op 18e en 19e eeuwse familie-portretten ziet men deze hondjes.
    Meer schilderijen.

    Willem de Zwijger

    Behalve op schildersdoek treffen we de voorvaderen van ons huidige kooikerhondje aan in geschreven woord.
    Geschiedschrijver Pieter Hooft maakt in zijn 'Nederlandsche Historiën' melding van een hondje, welke het leven van Prins Willem van Oranje gered zou hebben toen deze in 1572 in zijn legertent bij Hermigny door het gekrab van dit hondje gewekt werd en zodoende tijdig kon ontsnappen aan de Spaanse overvallers.

    Recente geschiedenis

    De geschiedenis van het kooikerhondje als werkhondje in de eendenkooi, dateert al van enkele eeuwen geleden. Door de achteruitgang van het aantal eendenkooien aan het begin Stammoeder Tommie van de twintigste eeuw dreigde het type kooikerhondje te verdwijnen.
    Het is de verdienste van mevrouw M.C.S. Baronesse van Hardenbroek van Ammerstol dat zij in de jaren veertig van de vorige eeuw de aanzet heeft gegeven om het type kooikerhondje te behouden en tot ontwikkeling te brengen tot een definitief ras.
    Met behulp van een marskramer die zij een lokje haar en een afbeelding van een kooikerhondje meegaf, slaagde zij erin enkele bruikbare exemplaren op het platteland op te sporen. Zo kwam zij aan het teefje 'Tommie', uit Friesland, welke algemeen beschouwd wordt als de stammoeder van het huidige kooikerhondje.
    Het eerste nest dat door de Baronesse werd gefokt onder de naam 'Van Walhalla' dateert van 1942. Nico, een kleinkind van Tommie's kleindochter Carlienke van Walhalla, was het eerste kooikerhondje dat ingeschreven werd in het Voorlopig Register.


    Erkenning

    Barones Aanzet tot erkennig van het kooikerhondje als ras werd gegeven door de onder toezicht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied georganiseerde keuringsdagen ten behoeve van erkenning van het ras. Deze dagen werden georganiseerd in 1958, 1959 en in 1961.
    Op 18 juni 1966 vond voorlopige erkenning plaats en kort daarna kon men zijn kooikerhondje laten inschrijven in het Voorlopig Register (V.R). Inschrijvingen hiervoor verliepen via een aantal keuringsdagen voor toelating, welke van 1967 tot 1970 regelmatig werden georganiseerd.
    De officiële definitieve erkenning als ras verleende de Raad van Beheer op 20 december 1971. Op die datum werden ook de nu geldende raspunten van kracht.

    De eendenkooi | Afdrukken |

    De naam van het kooikerhondje is ontegenzeggelijk verbonden met de eendenkooi. Eendenkooien zijn een oorspronkelijk Nederlandse vinding en het kooibedrijf is in zijn huidige vorm al zo'n 600 jaar bekend.
    Gravure eendenkooi
    Gravure uit de 17e eeuw van een eendenkooi in bedrijf


    Hoe ziet een eendenkooi er uit? schetskooi_geheel

    Een eendenkooi bestaat uit een vijver of kooiplas, waarop een aantal zij-armen of vangpijpen aangesloten is. Om dit geheel heen, een soort moerasbos voor rust op de plas en als bescherming tegen de wind. De vangpijpen of zij-armen zijn te vergelijken met brede sloten die in een bocht lopen en waarbij zich aan het eind een vanghokje bevindt. Aan het eind loopt het dus smal toe.
    Deze vangpijpen, thans overdekt met gaas, waren vroeger overdekt met gebogen doornentakken om het eventueel wegvliegen van de eenden te voorkomen. Verder bevindt zich op de wal, aan één kant van de pijp, een aantal schermen.
    Deze schermen, veelal opgebouwd met rietmatten, zijn in een half visgraatmotief zodanig opgesteld dat niet alleen de kooibaas of kooiker zich, ongezien voor de eenden, er achterlangs vrij kan bewegen, maar ook het kooihondje.
    De eenden die zich permanent in de kooi bevinden noemt men de kooi- of staleenden. Dit zijn halftamme lokeenden die de kooiplas, de vangpijpen en de walkanten als hun leefgebied hebben met als taak de echt wilde eenden te verleiden tot het binnenzwemmen in de vangpijpen.

    Het kooikerhondje

    De kooibaas kon het vangen van de eenden niet geheel zelfstandig doen. Hij werd bij zijn werk terzijde gestaan door een veelal bont, klein hondje: het kooihondje of kooikerhondje.
    In een oud jachtboekje is te lezen dat dit een bont hondje was, in kleur variërend van geel tot oranje. Op oude gravures komt men naast het bonte hondje ook een éénkleurige tegen. Ook zijn op gravures zowel kort- als langharige hondjes bij de kooibaas te zien.
    Van een vast ras was nog geen sprake. Het belangrijkste voor de kooibaas was de bruikbaarheid; dat was ook het criterium bij eventuele fok.
    Vooral op de volgende punten werd bij het fokken gelet:

    * Niet te groot
    * Goed actief
    * Niet lawaaiïg
    * Zeer attent
    * Goed in aanleren
    * Zelfstandig kunnen werken
    * Goed specifiek gangwerk, dus met korte wendingen
    * Fel op ongedierte



    De vangmethode en de taak van het kooikerhondje

    Zowel 's morgens als 's avonds kiest de kooibaas, afhankelijk van de windrichting, zijn vangpijp uit. Het bepalen van de windrichting is belangrijk, omdat eenden Vangpijp eendenkooi altijd tegen de wind in opstijgen. De vangpijp waar de wind dus overheen gaat richting de kooiplas, is degene die in aanmerking komt om te vangen, want eenden die schrikken, vliegen op die manier verder de vangpijp in, zoals de bedoeling is.
    Heeft de kooibaas zijn pijp uitgezocht dan gooit hij wat voer in de vangpijp. De staleenden weten dit en gaan er op af, waardoor de wilde eenden meegelokt worden.
    Op dit moment komt het kooikerhondje, op aanwijzing van de kooibaas, in aktie. Het gaat langs de naar de plas gekeerde zijde van het scherm naar de pijp en komt langs de andere zijde naar de baas terug. De eenden zien daardoor de witte of halfgekleurde pluimstaart afwisselend wel en niet, worden nieuwsgierig en volgen het hondje steeds dieper de vangpijp in.
    Zijn de eenden ver genoeg de pijp in, dan laat de kooibaas zich zien en vliegen de eenden nog verder de pijp in. De staleenden kennen het spel en zwemmen terug naar de kooiplas.
    Wanneer de wilde eenden door de bocht van de vangpijp zijn, kunnen ze de kooiplas niet meer zien en trekken verder naar het licht aan het einde van de vangpijp. Hier is de begroeiing namelijk heel laag gehouden. Zodra de wilde eenden in de vangkooi zitten, sluit de kooibaas met een trektouw de klep.

    Juist het om de schermen heen lopen van het kooikerhondje is een specifieke taak, waarbij vooral de goed bepluimde staart, in aktie hoog Kooikerhondje in een vangpijp gedragen, heel belangrijk is. Door het afwisselend wel en niet te zien zijn, wordt de aandacht van de eenden getrokken.
    Het werken in de eendenkooi moet geluidloos gebeuren. Een enkele blaf zou de eenden al doen opschrikken. Daarom heeft de kooibaas het hondje geleerd, niet alleen op stemgeluid bevelen uit te voeren, maar ook op gebaren. Er moet een zwijgende samenwerking zijn tussen baas en kooikerhondje; dit gaat zelfs zo ver dat de hond na te zijn ingezet, ook geheel zelfstandig zijn taak kan afmaken. Het let daarbij wel op de bewegingen van de baas.

    In de vorige eeuw kwam een kooikerhondje eigenlijk niet van het kooiterrein af, ook 's nachts niet, zodat het dier gewend was om alleen te zijn in de kooihut of kooischuur.
    Naast de taak van eenden lokken was er nog een andere taak voor het kooikerhondje weggelegd: het verdelgen van ongedierte, zeker in de tijd dat de eenden in de kooilanden, de randen van het kooibos of in de eenden-broedkorven zaten te broeden.

    Uniek samenspel

    Het kooibedrijf is niet alleen het vangen van eenden (voor consumptie en tegenwoordig ringonderzoek), maar betreft ook het beheer van de vanginrichting, de kooiplas en het kooibos.
    Het eigenlijke kooibedrijf is een uniek samenspel tussen de eenden, de werkende kooibaas en de kooihond. Het is een typisch voorbeeld van vogels met vogels vangen, het is geen drijfjacht maar een zuivere vorm van lokjacht. Het vereist nogal wat inzet, geduld, vakkennis, waaronder kennis van het gedrag van eenden en de hond. Rust en stilte zijn van groot belang.

    Er zijn in ons land nog ruim honderd eendenkooien; de meeste zijn betrokken bij wetenschappelijk onderzoek. In een aantal werkt de kooibaas nog steeds met een kooikerhondje.

    Fokken met Kooikerhondjes | Afdrukken |

    In het fokreglement 1998 zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van verantwoord fokken. Denk daarbij aan bepalingen t.a.v. de leeftijd van zowel reu als teef, de gezondheid, het uiterlijk, het aantal nesten teef_met_pups2e.d. Dit fokreglement is vastgesteld op 9 mei 1998, gewijzigd op 12 april 2003 en is hier te downloaden.

    Met behulp van het Clubregister kan een fokker nagaan welke afwijkingen/ziekten er in het voorgeslacht van een hond aanwezig zijn. Dit Clubregister wordt jaarlijks aangevuld.
    Voor recentere informatie kan een fokker zich schriftelijk tot het secretariaat van de Informatiecommissie wenden. De Informatiecommissie kan u dan, desgevraagd, ook informatie geven omtrent de door u voorgenomen fokcombinatie.

    Bij het secretariaat van de Informatiecommissie is een lijst met beschikbaar gekooikerpup4stelde dekreuen verkrijgbaar.

    Zodra een lid zijn teefje heeft laten dekken, of zijn reu beschikbaar heeft gesteld voor een teef van een niet-lid, moet deze dekking ter kennis van de Commissie Toetsing worden gebracht.
    Deze beoordeelt vervolgens of het lid zich aan het fokreglement 1998 heeft gehouden. Zo ja, dan komt het nest van de fokker -mits lid van de vereniging- in aanmerking voor nestinventarisatie en plaatsing op de puppy-informatielijst.

    Aanmeldingsformulieren voor deze toetsing kunt u hier downloaden. De dek- en geboortekaart van de Raad van Beheer is aan te vragen bij het secretariaat van de Commissie Toetsing.
    Zorgt u ervoor dat u dit vóór de dekking doet, omdat zowel de fokker als de dekreu-eigenaar moeten ondertekenen. U kunt de toetsingsformulieren vervolgens opsturen naar het secretariaat van de Commissie Toetsing. De dek- en geboortekaart is bestemd voor de Raad van Beheer.
    Gezondheid van de Kooikerhondje

    De Kooiker kan PL-(Patella Luxatie), epilepsie, oog- problemen, vonWillebrand Disease (vWD) en Erfelijke Necrotiserende Myelopathie (ENM, Leucodystrofie/Kooikerverlamming) hebben.

    De kans dat deze aandoeningen bij een hond uit geteste ouders voorkomt is veel kleiner dan uit niet geteste ouders.
    Vraag dus aan de fokker naar de testresultaten van de ouders, een goede fokker laat deze graag zien en heeft kopieën van de resultaten van de vader of kan deze via een site laten zien.

    De PL en oog-test worden door een specialist uitgevoerd.
    De ogen worden mbv de ECVO-test door een specialist uitgevoerd.
    vWD wordt via een DNA test getest.
    ENM wordt door lichamelijk onderzoek of sectie vastgesteld.

    De beste uitslag voor HD is HD-A. Met HD-B (een overgangsvorm) mag ook vaak gefokt worden.
    Bij ED en de ECVO-test is VRIJ de uitslag die je op het certificaat wil zien.

    Er kunnen 3 verschillen uitslagen voor vWD zijn: VRIJ, DRAGER en LIJDER. Dragers mogen alleen gebruikt worden in combinatie met Vrije honden.

    Verzorging van de Kooikerhondje

    Het kooiker hondje heeft een makkelijk vacht om uit te borstelen je moet het egt wel 1 x per dag doen wil je het huis haarvrij hebben voor de rest moet je ook 1 x in de week zijn oogjes n oortjes schoon maken
    Opvoeding van de Kooikerhondje

    het is een zeer geleerde hond die makkelijk te corrierge is. mar kunnen ook heel eigen wijs zijn.
    Rasvereniging van de Kooikerhondje

    http://www.kooikerhondje.nl/
    Overige informatie over de Kooikerhondje

    Wil je meer weten over het kooikerhondje, kletsen met mensen die dit ras hebben en alle ins en outs weten? Kom dan naar het kooikerforum. http://www.kooikerforum.nl
    Kooikerhondje pup aanschaffen

    Aanschaf | Afdrukken |
    Als u van plan bent een kooikerhondje aan te schaffen zijn er een paar dingen waar u zelf op kunt letten:

    Waar zijn de moederhond en de pups gehuisvest? De gereserveerdheid van het Kooikerhondje t.o.v. vreemden vraagt een goede socialisering tijdens de socialisatieperiode. Deze periode valt tussen de 4 en 12 weken na zijn geboorte. Koop daarom een kooikerhond bij een fokker die zijn pups optimaal begeleidt in de eerste 8 weken en ze in huis heeft en went aan huiselijke geluiden, zoals de stofzuiger, TV, telefoon, radio, bezoekers, kleine kinderen, en ze meeneemt naar buiten en went aan andere honden, de auto, enz.

    Hoe is het gedrag van de moederhond, is dat vriendelijk, terughoudend of agressief. Als de moeder niet bij het nest aanwezig is vraag dan waarom niet en vraag of u de moederhond toch nog even mag zien. Als dat geweigerd wordt vraag dan naar de reden. Denk dan heel goed na of u hier wel een pup wilt kopen. Als de fokker ook de vaderhond heeft kijk dan ook naar zijn gedrag. Vraag anders naar een mooie foto van hem.

    Hoe is het gedrag van de pups, dit hoort vrij en vrolijk te zijn.

    Het is een fabeltje dat de pup die het eerste op visite afkomt de beste keuze zou zijn. Vaak is dit het hondje dat het minst moe is, misschien omdat hij net terzijde van zijn nestgenootjes heeft gelegen toen ze gingen spelen. Een goede fokker zal de beste keuze voor u en uw gezinssituatie kunnen maken omdat hij de hondjes al langere tijd kent.

    Als u wilt kijken of de pups zich voldoende snel herstellen van schrikken na een schrikreactie, maak dan eens een gek geluid of klap hard in uw handen. Pups mogen best even een schrikreactie hebben maar dienen heel snel te herstellen.

    Een goede fokker zal net zoveel vragen aan u hebben als u aan hem. Hij staat u ook met de wat oudere hond nog voor vragen ter beschikking.





    Behandel je dieren zoals je zelf ook behandeld wilt worden.

      Het is nu do 20 sep 2018, 01:34