BESTE LEDEN LOG IN A.U.B.

    Rasbeschrijving van de Engelse Setter

    Deel
    avatar
    L.G.R
    Moderator
    Moderator

    Aantal berichten : 187
    Punten : 562
    Registratiedatum : 15-04-11
    Leeftijd : 37
    Woonplaats : Amsterdam

    Rasbeschrijving van de Engelse Setter

    Bericht  L.G.R op ma 18 apr 2011, 02:35

    De Engelse Setter behoort tot de Rasgroep "Staande Jachthonden, Spaniels en Retrievers"
    Geschiedenis van de Engelse Setter

    Vierhonderd jaar geleden werkten Engelse Setters als afgerichte Vogelhonden. Ze hebben invloed ondergaan van de Spaanse Pointer, de Springer Spaniel en Waterspaniels, waardoor ze uitmuntend zijn in het vinden en aanwijzen van wild. Edward Laverack ontwikkelde het moderne ras in het begin van de 19de eeuw. Zijn fokprogramma begon omstreeks 1825 en duurde zo'n 35 jaar. De ommekeer in het bestaan van de hedendaagse Setter was op 28 januari 1859, toen de eerste Setter-tentoonstelling in Newcastle-on-Tyne (Engeland) plaats vond. Deze honden hebben vriendelijke persoonlijkheden gecombineerd met een aristocratisch uiterlijk. Het zijn echte 'buitenhonden'. Dat Engelse Setters door sommigen vereerd worden, is geen geheim. In het Carnegie Museum in Pittsburgh staat een opgezette Engelse Setter, Count Noble, die vaak door jagers wordt bezocht, omdat hij tijdens zijn leven superieur was in veldwedstrijden.
    Karakter van de Engelse Setter

    De Engelse Setter is een tikje eigenwijs en moet opgevoed worden met een ijzerenhand in een fluwelen handschoen maar naast deze twee minpuntjes is een Engelse Setter een prachtige hond hij is levendig , speels , sociaal , leerzaam en vooral de beste vriend die je kan hebben . Hij is goed met kinderen en andere dieren, heeft zeer veel beweging nodig en houdt ervan om lange wandelingen te maken. Hij is een echte allemansvriend en is dus niet geschikt als waakhond. Zijn vacht moet regelmatig geborsteld worden maar ondanks zijn overwegend witte kleur hoeft hij eigenlijk nooit in bad.
    Rasstandaard van de Engelse Setter

    Engelse Setter

    De Engelse Setter stamt af van de Britse spanielrassen die al in de zestiende eeuw werden gebruikt voor de jacht op vogels. Deze zgn. setting spaniels gaven aan waar de vogels zaten door voor ze te gaan zitten en ze daarna kruipend te naderen, zodat de jager ze met een net kon vangen. Toen de jagers vuurwapens gingen gebruiken, konden ze de vogels tijdens de vlucht neerschieten. Toen werd de hond zo ontwikkeld dat hij aangaf of ging staan waar de vogels waren, ze naderde en na het schot apporteerde. Door deze ontwikkeling ontstond er een scheiding tussen de setting spaniels en de spaniels. Men gaat ervan uit dat dit aan het begin van de achttiende eeuw is geweest. De Engelse Setter is een uitstekende staande ophond op fazant, patrijs en houtsnip.

    Ondanks dat de Engelse Setter, net als de Ierse Setter, meestal voor huishond wordt gefokt bezit hij nog steeds veel zijn jachtaanleg. Naast de typische schoonheidslijnen is er ook een werktype. Dit is een ruim jagende hond, geschikt voor grote velden. Wordt in ons land op beperkte schaal voor de jacht gebruikt.

    " Het woord Setter is afgeleid van "setting dogs", honden die het wild als het ware biologeren, waardoor het niet uit de dekking opspringt of opvliegt. De Engelse Setter is naar alle waarschijnlijkheid ontwikkeld uit de wat grotere Spaniels, die voor de invoering van het geweer reeds gebruikt werden om vooral patrijzen en fazanten voor te liggen, waarna het net over deze vogels getrokken kon worden. Deze jachtmethode, die we kennen onder de naam tirasseren, afkomstig van het Franse woord tiras, dat "net" betekent, vergde veel kennis van het gedrag van het wild en van de honden.

    In hoeverre andere rassen hebben meegewerkt aan het tot stand komen van de Engelse Setter zoals we die tegenwoordig kennen, blijft verborgen in de annalen van de geschiedenis.
    Naar het schijnt en boze tongen beweren het apert, is de Pointer ingekruist. Ook de bewering van de stichter van het ras, de heer Laverack, dat zijn stam uitsluitend berustte op slechts twee honden, te weten Old Moll en Ponto, wordt door insiders zwaar in twijfel getrokken. Welke methodes deze grote fokker ook gebruikt heeft, het doet niets af aan het feit, dat er een prachtig ras is ontstaan, dat vele liefhebbers in de arm sluiten.
    Niet altijd muntten de honden van Laverack uit in een goede aanleg en het juiste karakter voor de jacht. Naderhand is de stam van Laverack, die een standaardwerk over zijn ras schreef,: "The Setter", overgenomen door de niet minder begaafde fokker R.L. Purcell Llewellin, die reeds met succes goed werkende Ierse en Gordon Setters had gefokt. Hij nam enkele honden van Laverack over en selecteerde sterk op goede jachteigenschappen.
    Llewellin kruiste de Engelse Setter met Ierse en Gordon Setters. Hij fokte grote aantallen honden en exporteerde veel naar Amerika en Canada, waar tot op de dag van vandaag nog nakomelingen van Llewellins fok zijn te vinden en als Llewellin Setter worden aangeduid. Na Llewellins dood in 1925 hebben meerdere fokkers zijn werk overgenomen en dank zij de tentoonstellingen is het ras in uiterlijke verschijning sterk vooruitgegaan, mede door het fraaie kleurpatroon, het Belton.

    Belton is een schimmelpatroon, waarbij de kleurharen vermengd zijn met de witte haren.
    De rasstandaard verlangt een overwegend witte kleur met daarin het belton als kleine vlekken over het hele lichaam verspreid.
    Wit met orange vlekjes is orange belton, wit met gele vlekjes is lemon belton en wit met leverkleurige vlekjes heet liver belton en wit met zwarte vlekjes heet blue belton.
    Ook zijn er twee driekleuren variatie's erkend.
    waarbij de zwarte of leverkleurige respectievelijk rode vlekjes verdeeld zijn als bij het "black and tan"-patroon.
    Deze kleurslagen heten blue belton met tan of liver belton met tan. Naast Engelse Setters met kleine vlekjes komen er ook exemplaren voor met ongewenste grotere kleurplaten voor.

    Het algehele beeld van de Engelse Setter toont een matig grote hond, reuen van 65-68 cm en teven van 61-65 cm, strak afgelijnd, sierlijk in uiterlijk en in beweging, daarbij zeer levendig en een goede jachtaanleg tonend, buitengewoon vriendelijk en zacht van aard.
    Het hoofd, dat hoog gedragen wordt, is lang en droog met een duidelijke overgang tussen de vierkante diepe voorsnuit en de licht ovale schedel die evenlang is als de voorsnuit. Een geprononceerde achterhoofdsknobbel, neuskleur zwart of bruin, afuankelijk van de kleur van de beharing.
    Heldere ovale ogen, zacht van expressie, het liefst zo donkerbruin mogelijk. De middelmatig lange oren zijn laag aangezet en worden tegen de wangen gevouwen gedragen met fijn, zijdeachtig haar bedekt. Sterke kaken, met perfect regelmatig, volledig schaargebit.
    De tamelijk lange droge hals gaat vloeiend over in de schouders. Bovenaan is de hals licht gebogen en scherp belijnd bij de overgang naar het hoofd. Schuine, lange, goed naar achteren liggende schouders rusten op een diepe, tamelijk brede, ver naar achteren doorlopende borst. Rechte voorbenen met sterk bot, korte sterke ronde en rechte polsen. De ellebogen moeten goed aansluiten. De rug is kort en recht met een krachtige, brede lendenpartij die licht gewelfd moet zijn.
    Goedgehoekte achterhand in harmonie met die van de voorhand, zowel de boven- als de onderschenkel, moet lang zijn en goedgespierd. Lage hakken die noch naar binnen noch naar buiten mogen draaien. Stevige, goed gesloten voeten met dikke voetzolen en enig haar tussen de tenen.
    De staart is aangezet in de lijn van de rug tot aan de sprongen reikend, licht sabelvormig gebogen en voorzien van lange haren, de zogeheten vlag. De bevedering begint onder de staartwortel, wordt naar het midden van de staart langer en verkort daarna weer tot aan de punt.
    Het haar van de vlag moet lang, zacht, glanzend als zijde met lichte golf zijn. De staart zwaait constant heen en weer. De beharing moet van de achterzijde van het hoofd in de lijn van de oren licht gegolfd zijn, lang en zijdeachtig, zonder krul met een goede bevedering aan de achterzijde van de voor- en achterbenen tot aan de voeten reikend. Het haar op het hoofd, aan de voorzijde van de voorbenen en op de voeten is korter van structuur.
    Het gangwerk moet vrij en sierlijk zijn en uithoudingsvermogen aantonen met een krachtig stuwende achterhand en de juiste beweging in de hakken."
    (uit Handboek Kynologie)

    Verzorging van de Engelse Setter

    Naast de dagelijkse borstelbeurt moet een Engelse Setter regelmatig getrimd worden. Hierbij worden de haren in de hals en op de oren weg geeffileerd. Ook de haren op de hak worden kortgeknipt net zoals de haren onder de voetzolen en het haar tussen de tenen.
    Dagelijks moet er met de Engelse Setter een lange wandeling worden gemaakt waarbij de hond bij voorkeur losloopt. Volwassen Engelse Setters gaan graag mee langs de fiets.
    Alleen als het echt noodzakelijk is moet hij in bad maar zorg ervoor dat hij goed droog is voordat hij weer naar buiten mag. Föhnen is niet goed voor de vacht, het is beter om hem op natuurlijke wijze te laten opdrogen.
    Opvoeding van de Engelse Setter

    Indien u de Engelse Setter als pup krijgt dient u hem vanaf de eerste dag te leren om los mee te lopen. Het beste kunt u dit doen door met de pup naar een afgelegen zandpad of iets dergelijks te gaan en hem daar gewoon loslaten. U zult merken dat hij bij u blijft. Komt hij naar u toe, ook al heeft u hem niet geroepen,dan beloont u hem met iets lekkers. Wen u hond aan een fluit dit geluid draagt veel verder dan uw stem. Bij het ouder worden zal hij best wat verder van u weg gaan maar zal bijna altijd terug komen als u hem fluit.
    Verder is de opvoeding gelijk aan andere rassen.
    Rasvereniging van de Engelse Setter

    www.engelsesettervereniging.nl/
    Overige informatie over de Engelse Setter

    Denk eerst goed na of u een reu of teef wilt. In gedrag is geen ekel verschil maar een teef wordt gewoonlijk twee maal per jaar loops.
    Het steriliseren van langharige honden heeft over het algemeen het gevolg dat de hond vachtproblemen krijgt.
    Engelse Setter reuen zijn over het algemeen niet oversext, vaak zelfs het tegengestelde, en zal zeker zolang hij niet van de boom van liefde heeft gesnoept geen problemen geven met knietje rijden e.d.
    Engelse Setter pup aanschaffen

    Een Engelse Setter pup kost tussen de € 900,- en € 1300,-
    Eis bij aankoop dat de pup op de leeftijd van 6 weken of hierna officieel getest is op aangeboren doofheid. Hiervoor is een door de Hirschfeldstichting een certificaat afgegeven. Iedere pup uit de nest heeft een eigen certificaat met daarop de naam en het chipnummer van de pup.
    Vraag of de pup gefokt is volgens de reglementen van de rasvereniging of vraag dit na bij de rasvereniging.





    Behandel je dieren zoals je zelf ook behandeld wilt worden.

      Het is nu di 17 jul 2018, 17:49